RROF - etappe 3 -> Achel - Rutten
Nog even over gisteren
We kunnen niet anders dan even
Er komen wielertoeristen voorbij, we krijgen vele duimpjes.
En dan parkeert een kleine auto zich vlak voor waar we onze tafels hebben geïnstalleerd.
De chauffeur is een man van rond de zestig. Hij opent zijn raam en steekt een
sigaret op. Hij knikt maar zegt niks. Hij staart ons aan, minutenlang. Ik voel me
er wat ongemakkelijk mij, maar probeer hem te negeren. Hij zal wel vertrekken.
Maar hij blijft staan. Zoekt aandacht, zonder iets te zeggen. Ik vraag hem of hij
iets nodig heeft. Hij antwoordt dat hij toch het recht heeft om op de parking
te staan, wat ik beaam. Hij zwijgt en blijft staren. Als de kip bijna klaar is,
stapt hij uit zijn auto. En dan komt het er allemaal uit. Hij stelt zich voor
als Peter en vertelt dat hij sinds kort dakloos is. Hij zal de nacht
doorbrengen in de auto, op de parking. Tom komt ons discreet vragen of we het goed
vinden dat Peter mee aanschuift aan tafel. Niemand twijfelt en we nodigen hem
uit om samen met ons te dineren. Hij is ons dankbaar en doet zijn verhaal. Waar
het fout ging maar ook hoe hij gelooft dat hij zijn leven weer kan opbouwen. Dit
is gek: ‘s ochtends stonden we aan de Landlopersbegraafplaats van Wortel-Kolonie,
’s avonds bieden we aan een dakloze een bord eten en een begripvol luisterend oor.
Het geeft ons een warm gevoel. De avond valt, we nemen afscheid van Peter en
wensen hem alle succes. We geloven dat het goed komt met hem.
Wit wijntje?
En zo zijn we klaar voor dag drie! Na een stevig ontbijt rijden we Achel uit, via de Kluis. Peter zijn auto is al weg. We gaan vandaag weer koersen, mensen, en er staan zowat 115 km en 400 hoogtemeters op de planning. De grensstreek tussen België en Nederland is onwaarschijnlijk mooi en gevarieerd.
Lunchen doen we in Dilsen-Stokkem, onze held Tom heeft weer voor heerlijk brood, beleg en een toetje (éclair/rijsttaart) gezorgd. Wat liggen wij toch hemels in de watten! In Kotem stoppen we even aan de Buffalo voor een foto. Het betreft een amfibievoertuig dat in 1977 uit het water werd gevist, waar hij 32 jaar was blijven liggen. Hij was eigenlijk naar de Nederlandse kant afgedreven, maar werd in het geniep naar de Belgische kant getrokken om daar te bergen. Wat een fijn grensverhaal!
Muziek
We komen in het land van de peren en rijden langs de Maas. De Muizenberg doet ons klimmen maar er zit nog voldoende jus in de benen. In Kanne botsen we op een hindernis van formaat: de fanfare gaat uit en de politie vraagt ons vriendelijk maar streng om de fanfare zeker niet in te halen. Ik zeg dat ik even wat dichterbij ga rijden om hen te filmen en dat mag. Plots zie ik mijn drie collega-fietsers een loopje nemen met de politionele instructies. Via de stoep steken ze de fanfare vrolijk voorbij. Ik ga erachteraan, de arm der wet straal negerend. Fietsen hebben geen nummerplaat en ze zijn ons niet meer achterna gereden, hoezee!
We zitten op de Walenweg en het is verdorie klimmen. Maar het einde is in zicht. Tarwe wordt geoogst, de zon brandt, de lucht kleurt blauw en witte wolken zorgen voor een extra touch. Het is zomer, mensen.
We rijden Rutten binnen. We zijn waar we moeten zijn.


Reacties
Een reactie posten